Janneke Ritsema van Eck (1931-2018) en Feldenkrais

Voor velen die op de één of andere manier verbonden zijn met Feldenkrais is Janneke een begrip.
Na een les op maandag aan haar groep in Utrecht zei een mevrouw, die al zeker twintig jaar de lessen volgde: “Zo, nu gaan we weer gewoon doen”.
Janneke was diep geschokt. Voor haar was Feldenkrais geen werk of een baan, maar een missie; ‘gewoon: doen’.
Ik denk dat iedereen die werkzaam is met Feldenkrais dit begrijpt en het zelf ook zo ervaart.

Inge Neijenhuis vroeg mij namens de Feldenkrais Vereniging over haar te vertellen omdat zij weet dat Janneke en ik door een diepe vriendschap met elkaar verbonden waren. Ik zie dat als een voorrecht.
Die vriendschap ontstond in 1972, toen ik aan het conservatorium van Utrecht klarinet studeerde. In die tijd werd er geen enkele aandacht besteed aan het fysieke aspect van musiceren en daardoor liep ik vast.
Komend uit de provincie kon ik best aardig blazen, maar vier tot vijf uur per dag was te zwaar wat betreft adem.
Gelukkig maakte Ileana Melita, een bekende mezzosopraan en bevriend met Janneke, mij op haar opmerkzaam.
De eerste sessie in haar bijzondere huis was een mega-ervaring.
Ik lag op de grond in een sfeervolle kamer met om mij heen kunstwerken uit de hele wereld: houtsnijwerk uit Nieuw-Guinea, beeldjes uit Thailand, moderne kunst die haar geschonken was door kunstenaarsvrienden t/m een vroege Mondriaan.
Ik was onmiddellijk getroffen door de buitengewoon vriendelijke en lichte manier waarop Janneke instructies gaf en mij zeer aandachtig in mijn eigen lichaam bracht.
Ik had slechts een paar lessen nodig om weer “opgelucht” te kunnen musiceren.
Gelukkig stopte het contact niet, ook al omdat Janneke een grote belangstelling had voor moderne muziek. Zij bezocht in Utrecht en Amsterdam vele concerten met o.a. elektronische muziek.

Ik denk dat ieder mens in het leven een paar gidsen krijgt: mensen, die je een bepaalde richting op sturen en die voor je persoonlijke ontwikkeling van groot belang zijn. Voor mij was Janneke één van mijn vier gidsen.
Voor Janneke waren dat haar ouders. Ik heb niemand gekend die met zoveel liefde en respect over haar ouders sprak als Janneke deed.
Haar vader was de eerste hoogleraar anesthesiologie en haar moeder deed al heel vroeg met Janneke en haar broer allerlei bewegingsspelletjes.
De verschrikkingen van het Jappenkamp hebben haar meteen de volwassenheid in geschopt. Haar grote autonomie en het vermogen om anderen terzijde te staan moeten toen wel zijn ontwikkeld.
Als door een wonder werd het gezin herenigd en keerde terug naar Nederland.  Janneke heeft de tropen nooit kunnen vergeten. De slippertjes waarop zij haar hele verdere leven met blote voeten bleef lopen waren daarvan stille getuigen.

Na de middelbare school ging Janneke eerst de opleiding Oefentherapie Cesar doen bij Marie Cesar zelf in Parijs. In Utrecht kreeg zij al snel een bloeiende praktijk.
Een heel goede vriendin van mij werd tijdens haar zwangerschap door Janneke met raad en daad bijgestaan. Daardoor behield deze vriendin de regie tijdens de pijnloze bevalling.
Zoals Marie Cesar haar opleiding bij Bess Mensendieck zelf verder uitbreidde, zocht ook Janneke naar een uitbreiding van haar Cesar-kennis. Die vond ze bij Moshe Feldenkrais, bij wie zij nog lessen heeft kunnen volgen.
Uiteindelijk deed zij de opleiding Feldenkrais bij Mia Segal in Ubbergen.
Toen begon haar missie.
Kenmerkend voor Janneke was haar verlangen naar meer en bredere kennis.
Daarom volgde zij workshops bij mensen uit verschillende disciplines. Ik noem er een paar: Ruthy Alon en Yochanan Rywerant (Feldenkrais), Josephine Zöller
(Qi Gong), Seymour Carter (Sensory Awareness) en Michael Vetter (boventonenzang).
Opdat de kennis en vaardigheid van deze experts in Nederland kon worden overgedragen organiseerde zij hier workshops voor hen.
Ook richtte zij het Adriana Fonds op (Adriana Elizabeth was haar volledige naam). Dit fonds genereerde geld om jonge mensen in de gelegenheid te stellen de Feldenkraisopleiding te volgen.

Haar missie werd op een hardhandige wijze versterkt.
In 1983 kreeg Janneke een ernstig auto-ongeluk, waarbij een student, die bij haar in huis woonde, omkwam. Janneke was in coma en werd naar het ziekenhuis van Veghel, waar het ongeluk plaatsvond, gebracht. Zij heeft toen een bijna-doodervaring gehad die haar elk spoortje van angst voor de dood ontnam. Haar geest zweefde boven haar lichaam in de behandelkamer van het ziekenhuis en zij kon later precies vertellen hoe de artsen die met haar bezig waren eruit zagen en wat ze deden. Daarop volgde een gelukzalige periode met heel veel licht.
Maar, zoals ze zei, ze moest terug. Met een harde klap kwam ze weer in haar lichaam, ontwaakte zij uit haar coma en voelde ze vreselijk veel pijn. Juist omdat zij tijdens die ervaring haar lichaam van bovenaf had gezien wist ze heel nauwkeurig welke zware kwetsuren één van haar heupen had opgelopen.
Zo gebeurde het dat zij een fysiotherapeut, die al de volgende dag aan haar bed stond, wegstuurde, omdat zij een hardhandige en in haar ogen ondeskundige aanpak niet wenste. Het ziekenhuis ging tegen haar in en toen Janneke volhardde in haar mening, begonnen zij met strafmaatregelen, zoals geen eten meer aanbieden. Uiteindelijk is ze door vrienden uit die vreselijke plek ontvoerd en bij een goede vriendin ondergebracht. Daar kwamen collegatherapeuten Cesar en Feldenkrais aan haar bed. Hun behandelingen en haar eigen grote kundigheid brachten haar letterlijk weer op de been. Korte tijd later kwam Janneke voor vier maanden bij mijn partner en mij in huis wonen. Een paar keer ging ik met haar naar een neuroloog in Utrecht, noodzakelijk vanwege uitkeringen. De verbazing en het zelfs vijandige en niet productieve ongeloof van deze arts stegen met de keer toen hij zag dat iemand van wie hij dacht dat een rolstoel het uiterst haalbare zou zijn volledig herstelde.
Dit vertel ik vanwege het voor ons bekende verhaal van Moshe Feldenkrais en zijn knieblessure.

Diezelfde missie van Janneke bereikte ook mij persoonlijk.
Ik was al vele jaren klarinettist en genoot ervan om les te geven en op talloze podia te musiceren. Janneke volgde mij heel intensief. Zij begon me te suggereren de opleiding bij Mia te gaan doen. Ik wimpelde dat af omdat ik tevreden was als klarinettist en mezelf niet als “therapeut” zag. Maar geheel in overeenstemming met haar karakter drong zij met zachte hand aan.
Om van het gezeur af te zijn schreef ik me voor de eerste sessie van tien dagen in met de bedoeling zo haar zin te hebben gedaan en dan klaar te zijn.
Maar toen wij met 70 mensen op de grond lagen kwam een kleine vrouw met een grote uitstraling binnen met alleen de woorden: “Good morning, lengthen your arms and legs.” Mia liet bij mij al binnen een paar minuten alle kwartjes vallen.
Janneke had zooooo gelijk gehad!
Uitvoerend en docerend musicus zijn werd volkomen anders.
Nog tijdens mijn opleiding bij Mia was Janneke zo genereus om me in het diepe te gooien in één van haar talrijke workshops aan o.a. Cesar- en Feldenkraisleraren. Ik zat naast haar en mocht ook zelf lesgeven. In de momenten tussen de lessen door wist zij me heel precies waar nodig te verbeteren en aan te vullen. Het grote vertrouwen dat zij in me stelde heeft samen met haar gigantische kennis en expertise een Feldenkraisleraar van mij gemaakt.
Vele jaren lang hebben we samen workshops gegeven met als groot aandachtspunt de adem.

Cees, de broer van Janneke, werd getroffen door een aantal zware hartaanvallen.
Zij heeft niet afgelaten hem te revalideren door middel van haar zachtzinnige en vakkundige aanwijzingen wat betreft ademen. Op zijn beurt heeft hij daarover een essay geschreven.
Nog een uiting van Jannekes betrokkenheid en volharding was het behandelen van een cliënt met dystrofie aan een hand. Zij trok bij deze dame in omdat de geografische afstand te groot was voor dagelijkse behandelingen. De hand genas.

Janneke was volstrekt uniek in het geven van Atm’s. Haar zachte stem, voortdurend gelardeerd met gegiechel, wist je uiterst precies te gidsen en, belangrijk bij Feldenkrais, je zelf te laten ervaren. Nooit meer heb ik zulke bijzondere handen gezien en gevoeld bij Fi’s. Bijzonder was dat zij die twee principe’s niet wilde scheiden en een Fi veelal als verduidelijking zag.

Met het klimmen der jaren werden gevolgen van haar kampverleden merkbaar.
Dat maakte het voor familie, vrienden en collega’s vaak erg moeilijk en verdrietig om haar bij te staan.
Bovendien trof de ziekte Alzheimer haar.
Jarenlang werd zij liefdevol verpleegd in een tehuis in Driebergen en soms kwamen de verschrikkingen van het Jappenkamp weer letterlijk in haar hoofd rondspoken.
Gelukkig bleven ook haar vriendelijkheid samen met de specifieke lachjes in tact.
Een paar maanden voor haar dood heb ik met haar rechterarm een kleine Fi gedaan. Vrijwel onmiddellijk begon er licht in haar ogen te glanzen en kwamen er zelfs weer woorden: “mooi, goed”.
Zo diepgaand was het Feldenkrais-principe met haar wezen verweven.